zaterdag 26 mei 2018 / NRC / Donatella Versace, 2010 Foto: Martin Schoeller

Fotografie / Martin Schoeller

Op zijn foto’s van beroemdheden zie je elke rimpel, porie en pukkel

Vater!” Martin Schoeller omarmt zijn vader, die net met de trein is aangekomen uit Berlijn. Een paar minuten later loopt Lisa binnen, zijn assistente uit New York. „Did you have a good flight?” Een oude vriend uit Frankfurt wandelt met zijn echtgenote en een kinderwagen door de zalen – een hug voor hem, zoenen voor haar, de baby wordt bewonderd. „Ach, wie süß.

 

Martin Schoeller is in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam waar deze avond zijn grote overzichtstentoonstelling ‘Big Heads’ opent. Terwijl technici en medewerkers druk bezig zijn met videoschermen en titelkaartjes, lopen familie en vrienden al rond in het museum om zijn werk te bekijken. Ze zijn naar Rotterdam gekomen voor de opening, maar vooral om de dag erna Schoellers 50ste verjaardag te vieren, met een rondvaart door de Amsterdamse grachten, een diner, daarna een dj. Ideaal, zegt Schoeller, in Duitsland geboren, al 25 jaar wonend in New York. „Dan hoeft niet iedereen naar Amerika te vliegen.”

Sommigen kunnen die hyperrealistische stijl beter hebben dan anderen

Schoeller heeft nog een reden voor feest. Onlangs verscheen zijn zesde fotoboek, Close, met portretten die hij maakte tussen 2005 en 2018. Frontaal genomen, hyperrealistische close-ups. Direct, nietsverhullend, zo dicht op de huid gefotografeerd dat elke rimpel, elke porie, elke pukkel zichtbaar is. Een stijl die de beroemdste en machtigste mensen er niet van weerhield te poseren; van Julia Roberts en Adele, tot Frank Gehry en Marina Abramovic, Barack Obama, Julian Assange en Roger Federer, allemaal leverden ze zich over aan zijn genadeloze lens. Sommigen kunnen dat beter hebben dan anderen. Als je Taylor Swift bent en 24, fris en jeugdig, dan is er niets aan de hand. Ben je Donatella Versace, 55, dan wordt dat een ander verhaal. De opgespoten lippen, de volvette mascara en overdadige eyeliner, de ouderdomsvlekken – het is nogal confronterend.

 

Tweelingen en transgenders

Wat vinden zijn modellen zelf van zijn directe stijl? „Geen idee”, zegt Schoeller – rastahaar, vale spijkerbroek, geruit overhemd over een grijs T-shirt – met een prominent Duits accent. „Daar houd ik me niet mee bezig. Ik ben er niet verantwoordelijk voor of mensen zichzelf aantrekkelijk vinden op mijn foto’s. Dat heb ik van Richard Avedon geleerd. Je moet je niet druk maken om wat iemand van zijn portret vindt. Je werkt niet voor die persoon. Je werkt voor een magazine. Of voor jezelf. Jij moet het zelf goed vinden.”

Mensen zijn sowieso bijna nooit blij met hun eigen portret

„Mensen, en dat bedoel ik meer algemeen, zijn sowieso bijna nooit blij met hun eigen portret”, zegt Schoeller. „Ze zijn zo kritisch op zichzelf. Vooral door sociale media is het portret overal. We voelen ons constant bekeken en beoordeeld. We laten ons alleen maar van onze beste kant zien. Er ontstaat een vertekend beeld. En ontevredenheid over het uiterlijk, omdat we ons constant spiegelen aan anderen.”

 

Schoeller kwam na een foto-opleiding in Duitsland in 1993 naar New York waar hij aan de slag ging als assistent van celebrity-fotograaf Annie Leibovitz. Na drie jaar begon hij voor zichzelf. In 1999 werd hij na Richard Avedon de tweede fotograaf in vaste dienst voor het blad The New Yorker.

 

Een aantal van de portretten uit Close is deze zomer op enorme formaten te zien in het Nederlands Fotomuseum. Ook Schoellers serie over vrouwelijke bodybuilders hangt er, zijn tweelingen, een nieuwe serie over transgenders en Formule 1-coureurs, en de geestige portretten die hij maakte in opdracht van tijdschriften als Time, Harper’s Bazaar, Vanity Fair, Vogue en National Geographic: Jay-Z als een Amerikaanse maffiosi in een New Yorks eettentje, „omdat hij zo graag flirt met zijn imago als gangsta”; Michael Douglas met make-up, vanwege zijn filmrol als pianist Liberace; Christian Bale met een doldrieste uitdrukking op zijn gezicht, dat vol zit met bloedspatters (American Psycho).

 

‘Jezelf zijn, dat vinden ze lastig’

„De meeste mensen laten zich niet graag fotograferen”, zegt Schoeller. „David Lynch zei: ‘Ik ga nog liever naar de tandarts.’ Sporters zijn makkelijk, die denken doorgaans minder na over hoe ze eruitzien en zijn vaak tevreden over hun eigen lichaam. Acteurs zijn het moeilijkst. Zo bewust van hoe ze overkomen. Weten precies wat een bepaalde gezichtsuitdrukking voor hen doet. Elk spiertje in hun gezicht lijkt getraind. Ik zeg: ben gewoon jezelf. Dat vinden ze lastig.

„Vooral actrices zijn onzeker over hoe ze eruitzien. Dat begrijp ik wel. Zeker als je niet jong meer bent, is de filmwereld hard. Er zijn weinig goede rollen voor vrouwen van boven de 35. Je snapt dat sommige vrouwen liever niet door mij gefotografeerd worden. Het is te direct, te onthullend.”


Schoeller vond vooral inspiratie in het werk van Bernd en Hilla Becher, het Duitse fotografenechtpaar dat aan het fundament stond van de zogeheten Düsseldorfer Schule. Zij fotografeerden honderden watertorens, altijd in hetzelfde licht, altijd vanuit hetzelfde standpunt. „Saai, dacht ik toen ik het voor de eerste keer zag. Geniaal, vond ik later. Juist in die objectiviteit en herhaling zit een enorme kracht. Het nodigt uit tot vergelijken.”

Tussen de rich and famous hing Schoeller een aantal foto’s van daklozen

Celebrities en daklozen

In de tentoonstelling, als je langs al die hoofden loopt, zit er soms een gezicht bij dat je niet herkent. Tussen de rich and famous hing Schoeller een aantal foto’s van daklozen, die hij al jarenlang fotografeert in West-Hollywood. Zo zien we de onbekende Ajeunique Graham tussen Clint Eastwood en Elon Musk. „Op precies dezelfde manier gefotografeerd als de sterren. Alleen ging dat een stuk makkelijker. Daklozen zijn zich niet zo overbewust van zichzelf.”

 

Schoeller vertelt over de grote invloed van een foto die hij ooit zag in een museum in Frankfurt. Een enorm familieportret in zwart-wit, lachende kinderen, tevreden ouders. „Toen zag ik dat de vader een uniform aanhad. Oh, er staat SS op de kraag. Toen keek ik op het bordje: Josef Mengele met familie. Ik was echt van mijn stuk gebracht. Niet alleen omdat het zijn portret was, maar omdat mijn eerste reactie was geweest: wat een leuke foto is dit. Toen begon ik me af te vragen: wat kan je nou eigenlijk zien in een gezicht? Door iedereen op eenzelfde manier te portretteren maak ik zo eerlijk mogelijke, objectieve beelden. Maar om nou te zeggen dat ik iemands ziel heb gevangen? Soms piept er een hint van iemands karakter doorheen. Of denken we dat maar?”

 

Martin Schoeller: Big Heads, t/m 2 september 2018 in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Martin Schoeller: Close. Mei 2018, boek uitgegeven door Steidl. 75 euro