Wednesday 2 September 2020 / NRC / Foto Ingeborg Everaerd

Fotografie / Ingeborg Everaerd

Pas maanden later begon Timo te praten over Colombia

‘De kans dat Timo zich nog verbonden zou voelen met Colombia was klein. Hij ging er weg rond zijn eerste verjaardag. „Na onze dochter Lisa, die in Vietnam geboren werd, stonden we ervoor open een kind met een operabele handicap te adopteren. Maar toen we Timo’s dossier kregen, met 26 weken geboren en al wat operaties achter de rug, konden we geen nee zeggen. Hij was veertien maanden toen hij bij ons kwam. Timo heeft een verstandelijke beperking, een hechtingsstoornis, een verlamde stemband. Tot zijn vierde heeft hij niets gezegd en nu nog praat hij soms moeilijk. ‘Als er wat mis is, kan je de adoptie dan niet ongedaan maken?’ – dat is echt wat mensen soms zeiden. Alsof je je kind nog zou ruilen.

 

„Er waren weken dat ik twee, drie keer per week naar school geroepen werd. Had Timo weer wat door de klas gegooid. Zijn vader was vaak van huis vanwege zijn werk. Als hij er was ging Timo hem testen, kijken hoe ver hij kon gaan. Na twaalf jaar zijn we gescheiden.

„Timo heeft op verschillende scholen voor bijzonder onderwijs gezeten. Op zijn 18de ging hij werken in een dagbestedingsrestaurant. Zij boden hem de structuur en de veiligheid die hij op school miste. Ik kreeg een engel terug. Hij is nu 23 en woont in een begeleid-wonenhuis.

 

„Nu hij is uitgevlogen is de afstand tussen ons groter geworden. Daarom wilde ik graag met hem terug naar het land waar hij geboren is. Niet om zijn familie te zoeken, maar om het land te zien. We kunnen lezen en schrijven met elkaar en mijn liefde voor hem is onvoorwaardelijk. Maar het is ook een ingewikkelde moeder-zoon-relatie. Soms vraag ik me af wat ik eigenlijk voor hem beteken.

„Het was een pittige reis. Ik moest op onze tassen letten, op mijn camera, op hem. Als we ’s avonds gingen eten hadden we weinig gespreksstof. Eten is voor Timo eten, punt. Hij houdt van dure auto’s, voetbal, rappen en de cultuur daaromheen. De blingbling, de straattaal. Het meest enthousiast was hij over een bezoek aan het huis van Pablo Escobar en een nepgouden ketting met een groot kruis die we op straat voor hem kochten. Verder leek het alsof hij er niet zoveel aan vond. Dat maakte me verdrietig. Eigenlijk waren we afzonderlijk van elkaar samen op reis. Het raakte hem. ‘Je wilt dat ik het heel leuk vind. Maar mama, ik moet een beetje wennen.’

 

„We bezochten het ziekenhuis waar hij geboren was. Een arts was verheugd ons te zien: ‘We vechten altijd voor de levens van die kinderen, maar we zien eigenlijk nooit meer iemand terug.’ Hij leidde ons rond op de couveuse-afdeling. Al die toeters en bellen. En zo klein: die handjes, die voetjes. Timo’s moeder is onmiddellijk na de geboorte uit het ziekenhuis weggegaan. Zijn vader heeft zich nooit gemeld. Daar had hij dus gelegen, moederziel alleen.

 

„Wat je leert van een kind met een verstandelijke beperking is dat niet altijd alles perfect is in het leven. Ik ga niet zeggen: dit had ik niet willen missen, maar het heeft me gevormd. Het heeft me empathischer gemaakt.

 

„Pas maanden later, in Nederland, begon hij te praten over Colombia. Over de dure villa van een bekende voetballer. Over het jongetje dat op de hoek van de straat kauwgom stond te verkopen. ‘Als ik niet was geadopteerd had ik dat ook moeten doen.’ Timo is rapper, zijn artiestennaam is Rapper Elmo. Hij heeft een nummer over de reis geschreven. De fotoserie die ik maakte over onze reis, Búsqueda, zoektocht, stond laatst in een Amerikaans online magazine. Hij vindt het supercool dat de foto’s nu in de krant komen. ‘Mama, we worden beroemd!’