Monday 2 March 2020 / NRC /

Fotografie / Bryan Schutmaat

De schaduwkant van de Amerikaanse Droom

 

‘In Amerika ben je een winnaar of een fucking loser”, zegt Bryan Schutmaat. „Je buit het land uit, je buit de mensen uit. Whatever. Zolang je maar wint. Val je daarbuiten, kan of wil je daar niet in mee, dan heb je pech. Toen Trump werd gevraagd om in één woord te omschrijven wat hij zou willen dat zijn nalatenschap zou zijn, hoefde hij niet lang na te denken: overwinning. Bernie Sanders kreeg dezelfde vraag voorgelegd. Compassie, zei hij.”

En dat, vindt de Amerikaanse fotograaf Bryan Schutmaat (36), is wat er te vaak ontbreekt in Amerika. Compassie. Niet alleen met de zwakkeren in de samenleving, de mensen die het niet redden in het systeem, maar ook met de aarde, het milieu, de omgeving waarin wij leven.

 

 

Voor de serie Vessels, nu te zien in de Amsterdamse Galerie Wouter van Leeuwen, reisde Schutmaat gedurende zes jaar door het Amerikaanse zuidwesten, langs snelwegen, verlaten tankstations en leegstaande huizen. Hij fotografeerde een land zoals dat soms achterblijft na menselijk ingrijpen: desolaat, verweesd, aangetast. Een kolenfabriek waar schoorstenen zwarte rook de lucht in blazen. Een berm met plastic flessen en karton tussen de struiken. En hij fotografeerde de mensen die in dat landschap rondzwerven; de daklozen, de lifters, de ontheemden. Wayne, die met zijn honden in zijn truck woont en rondtrekt, met als droom ooit een stukje land te bezitten waar hij zijn eigen groenten kan verbouwen. Kim, die de deken van het motel waar ze verblijft om zich heen heeft geslagen, als bescherming tegen kou en wind. Jimmy, met een bruinverbrand gezicht, die uitrust na een uitputtende voetreis door de hete zon.


Poëtische melancholie
Net als voor zijn eerdere projecten Grays The Mountain Sends (2013), waarmee hij verschillende prijzen won, en Good Goddamn (2017), over zijn vriend Kris die de gevangenis in moet, legt Schutmaat ook in Vessels een bijzondere interesse aan de dag voor het Amerikaanse landschap en de schaduwkant van de Amerikaanse Droom. En net als in zijn voorgaande projecten doet hij dat met een zachtaardige, poëtische melancholie en een feilloos gevoel voor hoe je met beelden een verhaal opbouwt.


„Ik ben al ruim zes jaar bezig met dit project. Ik woon in Austin, Texas, een aantal weken per jaar stap ik in mijn auto en rijd westwaarts. In de Amerikaanse kunst kennen we die lange on the road-traditie. Denk aan Kerouac, Walker Evans, Robert Frank en de ontelbare roadmovies, zoals Paris, Texas van Wim Wenders. Travis, het hoofdpersonage uit die film, draagt een emotionele last met zich mee die me enorm fascineert. Mij gaat het om die donkere kant, die moeilijke weg die sommige mensen moeten afleggen.”

Schutmaat ontmoet de mensen die hij fotografeert bij tankstations, in motels of als hij ze een lift geeft. Sommige ontmoetingen duren vijf minuten, andere dagen. Hij brengt lifters soms honderden kilometers verderop als ze dat willen. „Het maakt mij niet uit. Ik hoef nergens naartoe. Zij zijn mijn werk. Willen ze niet op de foto, of wordt het beeld dat ik van hen maak niet goed, dan breng ik ze toch weg. Ik geef ze altijd geld. Niet in ruil voor een portret maar gewoon, omdat ze het nodig hebben.”

 

 

Pretentieuze woorden
Schutmaat legt altijd uit waar hij mee bezig is; dat het gaat om een kunstproject, dat de portretten aan muren van galeries of op de pagina’s van tijdschriften kunnen komen. „Je kunt dit alleen doen met de medewerking en goedkeuring van de mensen die je portretteert. Ik maak niet snel even een snapshot. Ik werk met een grootformaat camera, ze poseren echt voor me. Niet iedereen heeft daar zin in. Ik heb prachtige koppen voorbij zien komen, wat had ik die graag op de foto gehad.”

In de fotowereld wordt Schutmaats werk lovend ontvangen, en wordt gesproken over zijn esthetiek, zijn allegorische beelden. Schutmaat: „Fotografen en critici hebben een heel andere perceptie van die foto’s dan de geportretteerden zelf. Wij denken dat het een diepgevoeld moment is, vol betekenis, op allerlei niveaus. Niet alleen zou een foto de persoon onsterfelijk maken, ook zou het een uitspraak zijn over de politiek, de staat van het land. Zo veel pretentieuze woorden. Deze mensen hebben heel andere dingen aan hun hoofd. Ik ben slechts een passant in hun leven. We ontmoeten elkaar kort. Zij hebben iets van: allright, cool, fijn dat ik je kon helpen. En dan gaat ieder weer zijn eigen weg.”